Hulst, gelegen in Zeeuws-Vlaanderen, is een historische vestingstad en de zesde grootste plaats van Zeeland. De Binnenvest, het water rondom het vestingstadje, is een populaire visplek met kolblei, brasem, snoek en karper. De Oude Vaart ten noordwesten van Hulst is goed voor roofvis, en de Zestigvoetkreek bij de Belgische grens, met vissteigers speciaal voor mindervaliden, is een rustige aanrader.
Karpervissen in Hulst
Voer 1 of 2 dagen voor op de Binnenvest en probeer je geluk in de nacht, al mag je hier niet elke maand nachtvissen. Kies stekken met waterplanten en diepteverschillen. Zonder dieptemeter of voerboot met fishfinder zoek je met een marker- of peilhengel naar kuiltjes en hardere plekken, vaak de betere karperstekken. Vis met tijgernoten of boilies op de vestingwateren. Voor beginnende karpervissers zijn de Grote en Kleine Weelkens een kansrijkere plek om te starten.
Vis altijd met een safety rig of lead clip zodat het lood bij een kapotte lijn loslaat. Dat is veiliger voor de vis en voorkomt vastzittende rigs in obstakels.
Praktisch vissen in Hulst
Voor de serieuze karpervissers zijn de Binnenvest en Buitenvest een gave uitdaging. Heb je zelf goede tips voor Hulst? Deel ze, zo helpen we samen andere vissers verder.
Visrechten Hulst
Visvergunningen zijn te koop bij Café Jo-Jo’s in Clinge, Catch Store Hengelsport in Hulst en Camping Fort Bedmar net over de Belgische grens.
Lijst van viswateren HSV Hulst
De Zestigvoetkreek aan de Kielweg ten noorden van Clinge is verdeeld in drie sectoren (Zestigvoet bij de Kielweg, de uitloper naar de Tournay-putten/Bellekreek, en de Verkorting langs de Statenboomweg), 0,10 tot 2,00 meter diep, met voorn, winde, kolblei, brasem, baars, snoek, paling en kroeskarper. De eerste twee vissteigers zijn speciaal ingericht voor mindervaliden.
De Binnenvest, rondom het vestingstadje, is verdeeld in de sectoren boskant, molenkant en gasfabriek, 0,50 tot 2,50 meter diep, met dezelfde vissoorten plus graskarper. De Witte Bergen bij Clinge, ontstaan door zandwinning, is 0,25 tot 2,50 meter diep en het thuiswater van de jeugdafdeling. De Tournay-putten staan in verbinding met de Zestigvoetkreek en zijn 1,50 meter diep. De Zandput in Moerschans is 0,10 tot 2,00 meter diep. De Verkorting is het ondiepste deel van de Zestigvoetkreek, in verbinding met de Vuilmuil (Dievengat). De Grote en Kleine Weelkens tegen de Belgisch-Nederlandse grens zijn 0,50 tot 1,50 meter diep, zanderige putten met een goede visstand maar moeilijk bereikbaar. Moerschans en de Vijver Moerschans, een restant van de Staats-Spaanse Linies, zijn 0,50 tot 1,50 meter diep. De Kreekrug, Zoutestraatput en Kreekrug Noord bieden eveneens goede, zij het minder toegankelijke, vismogelijkheden.
Nachtvissen is bij al deze wateren alleen toegestaan in de op de vergunning aangegeven maanden. Snoek moet onmiddellijk na de vangst levend in hetzelfde water worden teruggezet.


