De Lage Vaart bevat een goed visbestand: snoek, karper en meerval zijn hier beter te vangen dan op veel andere Flevolandse wateren. Ook brasem, graskarper, zeelt, ruisvoorn en baars zwemmen er volop.

Aangelegd tijdens de Zuiderzeewerken
De Lage Vaart ontstond tijdens de Zuiderzeewerken, als verbinding voor de commerciële scheepvaart tussen de verschillende delen van Flevoland en de rest van Nederland. Sinds de voltooiing in 1986 speelt het kanaal een belangrijke rol in het transport, en is het uitgegroeid tot een populaire plek voor pleziervaart, watersport en vissen. Het kanaal stroomt vanaf het Ketelmeer via Dronten naar Lelystad, en vervolgens richting Almere waar het bij de Zuidersluis het Oostvaardersdiep instroomt. De diepte varieert van 2 tot 5 meter, gemiddeld 2,90 meter, en het kanaal is gemiddeld 40 meter breed.
Karpervissen op de Lage Vaart
Voer enkele dagen vooraf met tijgernoten of boilies en je maakt goede kans. In de zomer is de karper goed te vangen rondom de waterplanten en de instroompunten van het kanaal, in het najaar trekt de vis richting dieper water en in het voorjaar richting ondieper water voor de paai. In de winter zoek je de karper rondom brugpeilers, havens en andere luwe, wat diepere plekken. Ook dan is voorvoeren noodzakelijk: voer iets lichter en meerdere dagen voorafgaand aan je sessie.
Vis altijd met een safety rig of lead clip zodat het lood bij een kapotte lijn loslaat. Dat is veiliger voor de vis en voorkomt vastzittende rigs in obstakels.
Praktisch
Een visboot huren op de Lage Vaart is lastig: beter kun je je eigen boot traileren of met de rubberboot het water op. Vis in het voorjaar de ondiepe stekken af, in de zomer de waterplanten en in het najaar en de winter de havens, bruggen en diepere delen. Combineer je sessie eventueel met een bezoek aan karpervissen in Dronten of karpervissen in Lelystad.


